Wij-stenen

Voor pastoraal in en rond de school

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Bij het jaar

E-mail Afdrukken

BIJ HET JAAR

Met de Emmaüsgangers naar Pasen

Als de veertigdagentijd voor de deur staat, richten christenen zich naar Pasen. Dat is de hoofdbeweging. Met Pasen willen zij met Jezus Christus opstaan en verrijzen, ze willen nieuwe mensen worden. Maar juist dat vraagt voorbereiding, meer dan veertig dagen. En dat is een lange weg gaan: van Jeruzalem naar Emmaüs en van Emmaüs naar Jeruzalem.

1. Wat is Pasen? Wat is verrijzenis?

Velen denken spontaan aan: een leven na de dood, zelfs een nieuw en een ander leven. Hoewel dit er alles mee te maken heeft, is dit niet de kern. Het Emmaüsverhaal laat het aanvoelen. Pasen en verrijzenis zijn niet een toestand, ze zijn “IEMAND”, een “PERSOON”: nl. Jezus Christus. Zolang de vreemdeling niet herkend is, is er geen sprake van Pasen of van verrijzenis(geloof). Pasen is dus een persoon, Jezus Christus.

Dit betekent dat Pasen een relatie is, een ontmoeting, een verbondenheid. De gestorven Jezus wordt opnieuw ontmoet. En dat is verrassend en tegelijk indrukwekkend. Daarmee worden de Emmaüsgangers niet louter getuigen van de verrijzenis, maar van de Verrezene: “De Heer is waarlijk opgestaan” (v. 34). En christenen, gedoopten, d.w.z. mensen die de verrijzenisbeweging letterlijk hebben meegemaakt, nl. ondergedompeld worden zoals Jezus in het graf (dood) werd gelegd en opstaan uit het water zoals Jezus opstond uit het graf, worden dagelijks getuigen van de verrezen Heer.

Tenslotte is Pasen: geroepen worden. De Verrezene roept elke christen tot bekering en tot een nieuw verrijzenisleven. Zoals Jezus deed met Lazarus: “Lazarus, kom naar buiten”. Pasen is de bron van elke roeping. Het Emmaüsverhaal toont het zijdelings. In heel het verhaal ligt het initiatief bij de Verrezene. Hij voegt zich bij Cleopas en zijn maat, hij opent het gesprek, hij geeft de (Schrift)uitleg, hij doet alsof hij verder wil gaan en hij zit de maaltijd voor. En deze initiatieven zijn even veel momenten van roeping. De Emmaüsgangers worden telkens uit hun wereld gelokt en gehaald om stilaan de dynamiek van de verrijzenis te ontdekken. Ja, verrijzenis is geroepen worden.

Eigenlijk zit dit alles vervat in Jezus’ uitspraak: “Ik ben de verrijzenis en het leven” (Joh 11,25). De uitspraak staat in de tegenwoordige tijd, ze geeft aan dat de verrijzenis een persoon is en bijgevolg een relatie. Dit betekent dat groeien naar Pasen wil zeggen groeien in de verbondenheid met de verrezen Heer, die het initiatief heeft in de ontmoeting.

2. Hoe de Heer intenser ontmoeten met Pasen?

    Het Emmaüsverhaal suggereert minstens vier elementen.

a) Spreken over wat is voorgevallen (v. 14). De dagelijkse ervaring, hoe toevallig, zelfs banaal ook, is een plaats waar de verrezen Heer kan ontmoet worden. Want wat een mens meemaakt, doet hem enerzijds zoeken naar de zin ervan. Daarom gooien de twee Emmaüsgangers woorden naar elkaar om de diepte van de gebeurtenissen op het spoor te komen. En ze moeten ontdekken dat in dat gesprek de Verrezene aanwezig komt. Anderzijds tendeert het Emmaüsverhaal ernaar te laten horen dat alles wat mensen meemaken gedragen wordt door Gods liefde (cfr. v. 26: moest: het moeten van de liefde). Spreken over het leven is alles op de noemer van Gods liefde brengen.

b) De Schrift lezen (vv. 25-27). Lezen heeft te maken met ontvangen, verzamelen (tekst en leven), maar ook met in een tekst, Gods Woord, kruipen. Het is God zelf horen spreken, het is de Heer zelf zien geboren worden, uit de tekst naar voren komen. De Schrift “opent” het leven en vice versa. Maar het is de Heer zelf die de Schrift doet verstaan. Behoort het niet tot de menselijke ervaring bij zulke lezing een “brandend hart” (v. 32) te krijgen? Dit is het teken van Jezus’ nabijheid.

c) De gastvrijheid en de vriendschap: “Blijf bij ons” (v. 29). De Emmaüsgangers worden vrienden van de vreemdeling en nodigen hem uit, tot zelfs aan tafel. Het is daar dat de vreemdeling herkend wordt: “Het is de Heer!”. Vriendschap die zich uit in dienstbaarheid (cfr. o.a. Broederlijk Delen) is een plaats om de Verrezene te ontmoeten. Matteüs zegt het sterk: “Wat je aan de minsten van de Mijnen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan” (Mt. 25).

d) In de stilte en het gebed: “Blijf bij ons” (v. 29). De uitnodiging om te blijven is in haar kern een gebed, zelfs een smeekbede: “Wij kunnen niet zonder U”. Cleopas en zijn maat voelen een diep geheim aan in de vreemdeling. Hij heeft hen zo vriendschappelijk bejegend, op profetische wijze de Schrift uitgelegd en hen gerespecteerd door in alle vrijheid verder te willen gaan, dat ze in de vreemde man “méér vermoeden”. Daar moet bij stil gestaan worden. De maaltijd schenkt zowel de gelegenheid als de diepte: ze ontdekken de verrezen Heer in hem en ze komen tot een intense ontmoeting. Zo intens dat ze opstaan (!) als verrezenen (v. 33).

Naar Pasen groeien accentueert vier elementen: het leven delen, de Schrift delen, vriendschap in dienstbaarheid gestalte geven en tot stilte komen. Het zijn kansen om de verrezen Heer te ontmoeten.

3. En wat na Pasen?

Vanaf Pasen doet de Heer maar één ding:ROEPEN. Hij roept christenen tot zich en verzamelt hen tot zijn volk (ek-klesia: geroepen uit de wereld). Hij begeestert hen (Pinksteren) en maakt hen krachtig om letterlijk en figuurlijk “hun leven te geven” voor anderen. En zo wordt de eenheid van Goede Vrijdag en Pasen, van sterven en verrijzen, ontdekt. Hij die van leven naar dood ging – Jezus, die zijn leven gaf – wordt door God opgewekt en weer tot ontmoeting met de mens gesteld. En deze ontmoeting beweegt de mens om de weg van Jezus te gaan: van leven naar dood, d.w.z. zijn leven te geven voor het leven van de wereld. Is dat niet in de kern wat bedoeld wordt met “verrijzenismens”?

 

Jaak Janssen
Ere-vicaris voor onderwijs